U bent hier:Oosterpoort >verwijzers >modulebeschrijvingendagpleegzorg

Dagpleegzorg

Basismodule 16. Pleegzorg dag.
Zorgvorm: Verblijf pleegouders gedurende deeltijd.

1 Inhoud van de module

 

1.1 Visie

Binnen de module ‘Dagzorg’ wordt hulp geboden aan kinderen, jongeren, ouders en pleeggezinnen in de thuissituatie. Centraal uitgangspunt is dat ouders en kinderen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn én dat kinderen het recht hebben om in de thuissituatie op te mogen groeien.
De ouders wordt hulp geboden als zij aangeven door omstandigheden tijdelijk niet in staat te zijn zelf oplossingen te vinden bij de door hen beleefde problemen op het domein van opvoeden en daarbij hulp vragen. Zij verlenen aan anderen het recht voor korte of langere tijd, de opvoedingsverantwoordelijkheid met hen te delen.
Dagpleegzorg is een vorm van deeltijdpleegzorg. Kenmerkend is het ondersteunend karakter van deze variant. Dagzorg kenmerkt zich door het gegeven dat kinderen bij hun ouders wonen, maar dat zij een aantal dagdelen per week opgevangen worden in een pleeggezin. Het pleeggezin kan zowel een netwerk- als bestandspleeggezin zijn. In samenwerking met alle betrokkenen wordt een traject bewandeld, waarbij ouders gefaseerd de opvoedingsopdracht weer volledig op zich nemen.
Indien ten gevolge van specifieke kind- en/of ouderproblematiek de groeimogelijkheden van kind en/of ouder beperkt zijn, kan het nodig zijn dat de module ‘Dagzorg’ langdurig geboden moet worden.
De ouders en pleegouders worden ondersteund in de verschillende processen.

1.2 Functie(s)

Deeltijd verblijf, verzorging en opvoeding van een kind in een pleeggezin, gecombineerd met begeleiding van het gezin van herkomst en het pleeggezin.

1.3 Doelen

Op het domein gezin:

  • Ouders zijn beter in staat om voor hun kind te zorgen doordat de zorg gedeeltelijk wordt overgenomen door anderen.
  • De onderlinge relaties in het gezin van herkomst zijn verbeterd.
  • Ouders hebben de ruimte om hun persoonlijke- en/of opvoedingsproblemen aan te pakken, waardoor zij in de loop van de tijd weer volledig de opvoeding op zich kunnen nemen.
  • Er is zicht op het gedrag en de ontwikkeling van kinderen.
  • Er is zicht op manieren om geplaatste kinderen in hun ontwikkeling te stimuleren, zowel thuis als in het pleeggezin.
  • Kinderen worden ontwikkelingskansen geboden.
1.4 Activiteiten
  • Het werven van een gezin, bij voorkeur binnen het netwerk.
  • De matching van ouders en kind met pleeggezin.
  • Indien nodig: het werven en screenen van een pleeggezin.
  • De begeleiding van pleeggezin.
  • De begeleiding van de jeugdige.
  • Het verzamelen van informatie van en over het kind, welke mede richtinggevend is voor het perspectief.
1.5 Locatie

De opvang van kinderen vindt plaats in het pleeggezin op werkdagen ná schooltijd tot het begin van de avond. Voor niet-schoolgaande kinderen zijn de tijden in overleg tussen ouders en pleegouders vast te stellen.

1.6 Frequentie

Het aantal dagen dat een kind opgevangen wordt en de exacte tijden worden in overleg vastgesteld, rekening houdend met wat door de ouders gewenst wordt en wat er in het pleeggezin mogelijk is. De mogelijkheid bestaat dat kinderen in het pleeggezin de maaltijd gebruiken voordat ze naar huis gaan.

1.7 Duur

De tijd die beschikbaar is voor deze hulpverlening is afhankelijk van de hulpvraag en kan daardoor variëren van enkele maanden tot meerdere jaren. Er wordt echter gestreefd naar een zo kort mogelijk duur van een plaatsing.

2 Ontvangers van de module

  • De ouders.
  • De kinderen (zowel geplaatste als niet geplaatste kinderen).
  • De pleegouders en hun kinderen.
2.1 Indicaties

De ouders zijn onvoldoende in staat om de zorg voor hun kinderen en de opvoeding vorm te geven. Ze willen daarin ontlast c.q ondersteund worden door de opvoeding en/of de opvoedingsverantwoordelijkheid te delen met een pleeggezin. De oorzaken kunnen liggen in ouder- en/of kindfactoren.

2.2 Contra-indicaties
  • Indien er bij het kind sprake is van:
    • ernstige gedragsstoornissen;
    • ernstige psychiatrische problematiek;
    • ernstige verstandelijke of lichamelijke handicap;
    • verslavingsproblematiek.
  • De ouders en/of pleegouders hebben geen vertrouwen in de samenwerking.
  • De ouders zijn niet gemotiveerd voor deze vorm van hulp.
  • Het kind is niet gemotiveerd voor deze vorm van hulp.

3 Organisatorische en financiële aspecten

 

3.1 Betrokken disciplines
  • De pleegouders.
  • De pleegzorgbegeleider  (HBO).
  • De behandelcoördinator (gedragswetenschapper).
3.2 Voortgangsbewaking

Bij aanvang van de plaatsing wordt door de pleegzorgbegeleider een begeleidingsplan geschreven.
Dit plan wordt elk half jaar geëvalueerd met de ouders, pleegouders, case-manager en pleegzorgbegeleider. Daarbij wordt besproken of voortgang van de plaatsing gewenst is. Tevens worden indien nodig doelen en concrete afspraken bijgesteld.

3.3 Kosten

De ouders betalen een ouderbijdrage aan het Landelijk Bureau Inning Ouderbijdragen (LBIO). Ze worden bij het LBIO aangemeld door de case-manager.
Pleegouders ontvangen van de VVP (Voorziening voor Pleegzorg) de standaard dagvergoeding voor de dagen dat het kind aanwezig is.

 

Naar boven

Print pagina