verwijzers
Gezinshuis
... voor jeugdigen van 4 tot 18 jaar
Basismodule 27. Behandelgroep gezinshuis.
Zorgvorm: Verblijf accommodatie zorgaanbieder 24 uurs.
1 Inhoud van de module
1.1 Visie
Wanneer ouders voor langere tijd de opvoedingsverantwoordelijkheid niet kunnen dragen is het wenselijk een goed alternatief te bieden. Vaste opvoeders die continuïteit in zorg en een stabiel opvoedingsklimaat bieden voor een lange tijd zijn belangrijke pijlers.
Wanneer een jongere zodanig specifieke opvoedingsvragen heeft, dat het niet in een pleeggezin kan wonen, dan heeft de langdurige pedagogische zorg een orthopedagogisch karakter. Vaak gaat het om kinderen met hechtingsproblematiek, welke relationeel een specifieke aanpak vragen.
Er wordt in een gezinssetting planmatig aandacht besteed aan het specifieke opvoeden, dat de jongere vraagt. In het gezinshuis wordt de opvoeding uitgevoerd door een beperkt aantal opvoeders, namelijk de gezinshuisouders en een ondersteunend pedagogisch medewerker.
Methodisch handelen wordt richting gegeven door o.a. het vraagstellingsdenken van Kok, hechtingstheorie, systematisch werken en leertheoretische principes.
1.2 Functie(s)
Verblijf.
1.3 Doelen
Op het domein lichaam zijn de volgende doelstellingen mogelijk:
- de verzorging van de jongere is leeftijdsadequaat;
- de zelfverzorging is verbeterd.
Op het domein cognitie zijn de volgende doelstellingen mogelijk:
- de jongere heeft aansluiting op school op cognitief en sociaal gebied.
Op het domein persoonlijkheid zijn de volgende doelstellingen mogelijk:
- de jongere durft aan te geven wat het wil;
- het zelfbeeld van de jongere is verbeterd.
Op het domein emotie zijn de volgende doelstellingen mogelijk:
- de jongere uit boosheid en frustraties op gewenste manier;
- de jongere deelt ervaringen en gevoelens met de ander (relationele ontwikkeling).
Op het domein gedrag zijn de volgende doelstellingen mogelijk:
- de jongere houdt zich aan afspraken en regels;
- de jongere kan zich beter aan afspraken houden en is eerlijker (morele en relationele ontwikkeling);
- de fysieke agressie is verminderd.
Op het domein netwerk is de volgende doelstelling mogelijk:
- de jongere heeft een sociaal netwerk in de buurt.
1.4 Activiteiten
Het bieden van een opvoedende en/of vormende relatie in een gezinsachtige leefsituatie aan de hand van het hulpverleningsplan. Dit houdt in alle activiteiten (van boodschappen doen, stofzuigen tot instoppen bij het slapen gaan) die nodig zijn om verblijf, verzorging en opvoeding te bieden in een zo normaal mogelijke leefsituatie, die wordt gekenmerkt door een veilig stabiel pedagogisch klimaat.
Daarnaast worden er aan de hand van het hulpverleningsplan doelbewust activiteiten/middelen ingezet. Daarbij kan men denken aan: een relationeel appel vorm geven, afgestemd op de jongere, contacten met familieleden vorm geven en onderhouden, activiteiten ondernemen, individuele gesprekken, gezinsgesprekken, modelling, methodisch aanleren van sociale en praktische vaardigheden, beloningsprogramma’s inzetten, creëren van positieve ervaringen, ordening van geschiedenis.
1.5 Locatie
De hulp wordt geboden in een gezin, woonachtig in een “gewoon” huis in een woonwijk op verschillende locaties in de regio noordoost Noord-Brabant.
1.6 Frequentie
De hulp wordt 24 uur, zeven dagen in de week geboden.
1.7 Duur
De gemiddelde duur van de module is extra langdurend (meer dan 24 maanden). Indien na enige jaren 'terug naar huis'-plaatsing mogelijk is, dan wordt deze mogelijkheid bekeken. Het belang van de jongere is hierbij richtinggevend.
2 Ontvangers van de module
2.1 Indicaties
Problematiek (conform ISIS-tabel):
Op het domein psychosociaal functioneren is er sprake van problemen op het gebied (sociaal) gedrag, emotie en denken.
Op het domein gezin en opvoeding is er sprake van problemen op het gebied van pedagogisch klimaat, opvoeding en verzorging.
Op het domein van omgeving jongere is er sprake van problemen op de school, het werk en in het sociale netwerk, vrienden en vrije tijd.
Overig:
- de jongere heeft een leeftijd tussen de 4 en 18 jaar;
- de jongere kan profiteren van een woon- en leefsituatie, zoals die wordt geboden in de leefvorm “gezin”: de eugdige kent enige hechting en is in staat tot enige wederkerigheid; de jongere heeft een gezonde basis voor de gewetensontwikkeling;
- de jongere beschikt over een gemiddeld verstandelijk vermogen (richtlijn IQ > 75-80);
- de jongere heeft een daginvulling (school en/of werk);
- de jongere en ouder zijn woonachtig in de regio noordoost Noord-Brabant.
2.2 Contra-indicaties
- Zware protesten en geen toestemming van (biologische) ouders met juridisch gezag.
- Ernstige lichamelijke en/of verstandelijke beperking.
- Ernstige psychiatrische stoornissen.
- Geen vertrouwensband kunnen opbouwen; totaal geen wederkerigheid.
- Ernstige verslavingsproblematiek.
- Ernstige verwaarlozing waarbij kinderen niet meer in staat zijn tot het vormgeven van hun ontwikkelingsopgaven zonder specifieke therapeutische hulp.
- Ernstige bedreigende agressie van de jongere en/of het netwerk.
- Als één op één begeleiding nodig is.
3 Organisatorische en financiële aspecten
3.1 Betrokken disciplines
- een gezinshuisouder (MBO);
- een pedagogisch medewerker(MBO);
- een begeleidingsteam bestaande uit: een behandelcoördinator (gedragswetenschapper) en een werkbegeleider(HBO).
3.2 Voortgangsbewaking
Bij begin van plaatsing schrijft de behandelcoördinator in overleg met ouders, jongere (afhankelijk van leeftijd) en casemanager een hulpverleningsplan.
Evaluatie van de hulpverlening vindt halfjaarlijks plaats. Vóór de halfjaarlijkse evaluatie wordt schriftelijk gerapporteerd door de gezinshuisouder omtrent de ontwikkelingen op de afgesproken doelen. De rapportage wordt met de jongere (afgestemd op leeftijd), ouders en casemanager besproken.
De jongere (afhankelijk van leeftijd) en ouder(s) zijn direct bij de evaluatiebespreking betrokken. Aan de hand van de evaluatierapportage worden ontwikkelingen besproken en wordt beoordeeld of de plaatsing wordt gecontinueerd. Indien dit het geval is worden doelen voor het komende half jaar vastgesteld. Indien dit niet het geval is zal beëindiging van de plaatsing onderwerp van gesprek zijn.
In de rapportage worden op- en aanmerkingen van de jongere en ouder(s) meegenomen.
4.3 Kosten
De ouders betalen een ouderbijdrage aan het Landelijk Bureau Inning Ouderbijdragen (LBIO). Ze worden bij het LBIO aangemeld door de casemanager.


