U bent hier:Oosterpoort >verwijzers >modulebeschrijvingengroeps-Triple P

Groeps-Triple P

Basismodule 11 Pedagogische groepsjeugdhulp.

Zorgvorm: Jeugdhulp groep, accommodatie zorgaanbieder.

1 Inhoud van de module

1.1 Visie

De module is ontwikkeld voor ouders met preadolescente kinderen met gedrags – of emotionele problemen of die deze dreigen te ontwikkelen. GroepsTriple P is uitgebreid wetenschappelijk onderzocht  waarmee de effectiviteit van de interventie is aangetoond(evidence based). Het programma is erop gericht de zelfredzaamheid en zelfeffectiviteit van ouders ,bij het hanteren van het gedrag van hun kinderen, te vergroten. Dit doel wordt bereikt door ouders vaardigheden te leren om de ontwikkeling, sociale competentie en zelfbeheersing van hun kinderen te stimuleren.

1.2 Functie

Jeugdhulp groep, accommodatie zorgaanbieder.

1.3  Doelen

Groeps-Triple P voor ouders van kinderen tot 12 jaar:

  • De band tussen ouders en kinderen is versterkt (gezin, relaties).
  • Ouders kunnen goed gedrag bij hun kinderen bevorderen (gezin, opvoedingsvaardigheden).
  • Ouders kunnen aandacht en tijd geven aan hun kinderen (gezin, relaties).
  • Ouders kunnen duidelijke regels stellen in de opvoeding (gezin, opvoedingsvaardigheden).
  • Ouders kunnen consequent reageren op ongewenst gedrag (gezin, opvoedingsvaardigheden).
  • Ouders kunnen discipline maatregelen gebruiken die effectief zijn (gezin, opvoedingsvaardigheden).
  • Kinderen hebben nieuwe vaardigheden geleerd (gedrag).
  • Kinderen en ouders kunnen beter naar elkaar luisteren (gedrag, regels, normen en waarden).

Groeps-Triple P voor ouders van tieners:

  • Ouders kunnen strategieën gebruiken voor het opbouwen van een goede relatie met hun tiener (gezin, relatie).
  • Ouders kunnen strategieën gebruiken voor het aanmoedigen van het gewenst gedrag (gezin, opvoedingsvaardigheden).
  • Ouders kunnen strategieën gebruiken voor het aanleren van nieuwe vaardigheden of gedrag (gezin, opvoedingsvaardigheden).
  • Ouders kunnen geschikte gezinsregels vast stellen en met het gezin bespreken (gedrag, regels en normen).
  • Ouders kunnen hun tiener aanspreken op ongewenst gedrag (gedrag, regels, normen).
  • Ouders kunnen hun tiener duidelijke opdrachten geven (gezin, opvoedingsvaardigheden).
  • Ouders kunnen hun opdrachten versterken door het geven van logische consequenties bij ongewenst gedrag (gezin, opvoedingsvaardigheden).
  • Ouders kunnen rustig omgaan met emotioneel gedrag (emotie, controle, verwerken).
  • Ouders kunnen werken met een gedragscontract bij probleemgedrag (gezin, opvoedingsvaardigheden).
  • Ouders kunnen risicovol gedrag hanteren (gezin, opvoedingsvaardigheden).
3.1. Indicaties

Problematiek (conform ISIS-tabel):

Op het domein lichaam:

  • lichamelijke groei en lichaamsgewicht;
  • motoriek en houding;
  • neurologische functies;
  • seksualiteit;
  • beperkingen;
  • lichamelijke klachten.

Op het domein cognitie:

  • aandacht;
  • waarneming;
  • taal;
  • cognities;
  • leren;
  • inhoud van denken;
  • kwaliteit van denken.

Op het domein persoonlijkheid:

  • kenmerken;
  • zelfbeeld;
  • geweten.

Op het domein van emotie:

  • inhoud (o.a. angst, agressie, somberheid);
  • vorm (o.a. vlak, sterk, labiel, wisselingen);
  • controle;
  • verwerken van ingrijpende gebeurtenissen.

Op het terrein van gedrag:

  • impulscontrole (o.a. agressie, dwangmatig handelen);
  • structuur (regels, normen en waarden);
  • speel/leer/werkhouding;
  • zelfverzorging.

Op het terrrein van gezin:

  • opvoedingsvaardigheden;
  • klimaat;
  • structuur;
  • partner;
  • relaties ;
  • individueel welzijn van ouders/opvoeders;
  • maatschappelijke positie van ouders/opvoeders.

Op het terrein van netwerk:

  • familie;
  • partner;
  • vrienden;
  • leeftijdsgenoten;
  • volwassenen.

Op het terrein van omgeving:

  • wonen;
  • werk;school;
  • vrije tijd;
  • vaardigheden.
1.4  Activiteiten en/of effectieve interventies*

Groepscursus (10 tot 12 ouders)

Hierbij wordt gebruik gemaakt van een aantal actieve vaardigheidstrainingen om ouders te helpen bij het verwerven van nieuwe kennis en vaardigheden. Het programma biedt ouders de mogelijkheid om te leren door observatie, gesprekken, oefening en feedback.
Er wordt gebruik gemaakt van een werkboek voor ouders en een dvd: Wegwijzer voor ouders.
Deze dvd bestaat uit vier gedeelten: Wat is opvoeden, Oorzaken van gedragsproblemen bij kinderen, De ontwikkeling van kinderen stimuleren en Ongewenst gedrag kunnen hanteren.
Fragmenten uit de “Wegwijzer voor ouders” worden gebruikt om positieve opvoedingsvaardigheden te laten zien.
De vaardigheden worden vervolgens in kleine groepjes geoefend. Ouders ontvangen constructieve feedback over het gebruik van hun vaardigheden in een emotioneel ondersteunende omgeving.
In de periode tussen de sessies maken de ouders huiswerk om het geleerde uit de groepssessies te verankeren. In de telefonische sessies wordt extra ondersteuning gegeven bij het in praktijk brengen van wat in de groepssessies is geleerd.

Hoewel het toepassen van het Triple P-werkwijze in een groepssessie  kan betekenen dat ouders minder individuele aandacht krijgen, zitten er verschillende voordelen voor ouders aan groepsdeelname. Deze voordelen voor ouders aan groepssessies omvatten steun, vriendschap en constructieve feedback van andere ouders, naast mogelijkheden voor ouders om hun opvoedingservaringen te normaliseren via interacties met gelijken.

* Met effectieve interventies wordt bedoeld: interventies waarvan (wetenschappelijk) bewezen is dat ze werken (evidence based).

1.5  Locatie

Centraal kantoor in Oss of kantoor Den Bosch.

1.6  Frequentie (en intensiteit)

De frequentie van de groepstraining is: één avond per week gedurende vijf weken en daaropvolgend drie individuele telefonische sessies.

1.7  Duur
  • De duur van de avondbijeenkomsten is: 2 tot 2,5 uur.
  • De telefonische sessie: 15 – 30 minuten.
  • De duur van de module is twee maanden.

2. Ontvangers van de module

Doelgroepen: Ouders van kinderen tot 12 jaar en ouders van tieners.

2.1  Indicaties

Ouders van kinderen in de leeftijd tot 12 jaar en ouders van tieners met gedrags- of emotionele problemen of die deze dreigen problemen te ontwikkelen.

2.2 Contra indicaties

Ouders die de Nederlandse taal niet kunnen lezen* of ouders die analfabeet zijn.
Er zijn werkboeken voor ouders in meerdere talen, dus geldt het alleen voor ouders die niet kunnen lezen of de ouders waarvoor geen werkboek in de passende taal aanwezig is).

3 Organisatorische en financiële aspecten

3.1  Betrokken disciplines
  • Directe hulpverleners: ambulante hulpverleners (hbo).
  • Leidinggevenden: behandelcoördinatoren /gedragdeskundigen (WO).
3.2  Voortgangsbewaking

De evaluatie van het groepsprogramma geschiedt in twee fasen: voorafgaande aan sessie 1 moet een vragenlijst worden ingevuld over gezinsachtergrond en lijsten over kindgedrag, opvoedingsstijl en zelfvertrouwen, conflicten over opvoeden en relationele en persoonlijke aanpassing en vragenlijsten over de tevredenheid van de cliënt over het programma. Aan het einde van de sessies moeten deze vragenlijsten nogmaals worden ingevuld.
De hulpverleners bespreken de vragenlijsten met de ouders tijdens de individuele telefonische sessies.

De gebruikte vragenlijsten zijn:

  • Eyberg Child Behavior Inventory (ECBI) betreft aanpassing van het kind.
  • De sterkten en zwakten vragenlijst (SDQ); een vragenlijst waarmee ouderconcepties worden gemeten van prosociaal en moeilijk gedrag.
  • Opvoedingsschaal (PS) door Arnold,O’Leary, Wolff en Acker (1993). Deze schaal meet 3 disfunctionele discipline stijlen bij ouders.
  • De schaal voor opvoedingscompetentie (PSOC), waarmee de inzichten van de ouders over hun competentie als ouder op twee dimensies worden beoordeeld: tevredenheid over hun rol bij de opvoeding en de indruk over de mate van effectiviteit als ouder (een weergave van de competentie oplossingsvaardigheden, en bekwaamheid in de rol als opvoeder).
  • De probleem checklist voor ouders (PPC) door Dadds en Powell (1991) is een vragenlijst die de problemen tussen ouders onderling meet over de opvoeding van hun kind en de vaardigheden voor de ouders om mee te werken en samen te werken bij het leiden van het gezin.
  • Relatie kwaliteitsindex (RQI) door Norton (1983).
  • Depressie-angst-stress-schalen (Dass) door S.H. Lovibond en P.F. Lovibond (1995). Deze lijsten meten symptomen van depressiviteit, angst en stress.
  • Cliënttevredenheid. (CSQ) Eyeberg (1993). Hierin wordt de kwaliteit van de geleverde dienst behandeld, de mate waarin het programma beantwoordde aan de behoefte van de ouders,de vaardigheden van de ouders vergrootte, en het probleemgedrag van de kinderen verkleinde en de ouders geneigd zouden zijn het programma bij anderen aan te bevelen.
  • Vragenlijsten voor het groepsproces. Deze lijsten worden door de begeleider ingevuld hierbij houdt de begeleider bij wie er bij elke sessie aanwezig is en vult een checklist met een sessiesamenvatting in. Hieruit kan de mate worden afgeleid  waarin ouders betrokken zijn bij het programma en of de programma-inhoud adequaat werd behandeld.
3.3 Combinatie van modules

Deze module kan gekoppeld worden aan de ambulante begeleiding van ouders van kinderen tot 12 jaar en ouders van tieners. De module kan gekoppeld worden aan diverse vormen van verblijf.

Naar boven

Print pagina