verwijzers
M.S.T.
Basismodule 5. Ambulante therapeutische jeugdhulp.
Zorgvorm: Jeugdhulp thuis.
1 Inhoud van de module
1.1 Visie
Het centrale uitgangspunt van M.S.T. is, dat het antisociale gedrag van de jongere veroorzaakt wordt door kenmerken van de jeugdige, het gezin, de vriendengroep, de school en de buurt. De aanpak bestaat uit het systematisch verminderen van de risicofactoren en het systematisch versterken van de beschermende factoren in gezin en context, gericht op vermindering van het antisociaal gedrag.
Bij alle M.S.T.-interventies worden door de M.S.T.-therapeut de volgende negen principes gehanteerd:
- Het krijgen van inzicht in de samenhang (de 'fit') tussen de problemen die gezamenlijk in kaart gebracht zijn en hun systemische context en het formuleren van toetsbare uitgangspunten voor deze samenhang.
- De nadruk wordt gelegd op het positieve, waarbij gebruik gemaakt wordt van de sterke punten in de verschillende systemen om veranderingen teweeg te brengen.
- De gezamenlijke aanpak dient verantwoordelijk gedrag van gezinsleden te bevorderen en onverantwoordelijk gedrag te verminderen.
- De aanpak is op het hier en nu en op actie gericht en pakt specifieke en goed gedefinieerde problemen aan.
- De aanpak is gericht op gedragsreeksen, binnen of tussen de verschillende systemen, die het probleemgedrag in stand houden.
- De aanpak sluit aan bij het ontwikkelingsniveau en zal in de ontwikkelingsbehoeften van de jongere tegemoet komen.
- De aanpak moet dagelijks of wekelijks een bepaalde inspanning van de gezinsleden vragen.
- De effectiviteit van de aanpak wordt constant vanuit verschillende perspectieven beoordeeld, waarbij de therapeuten voortdurend aangesproken kunnen worden op hun poging om tot resultaat te komen.
- De aanpak moet generalisatie bevorderen en leiden tot effecten die langere tijd voortduren.
1.2 Functie
Ambulante therapeutische jeugdhulp.
1.3 Doelen
Aard van de doelen:
- het antisociale gedrag van de jongere is verminderd;
- de pedagogische vaardigheden van de gezagsdragers zijn verbeterd en/of effectief ondersteund.
Inhoud van de doelen:
Het antisociale gedrag van de jongere is verminderd, doordat de opvoedings-vaardigheden van de ouders zijn verbeterd met behulp van steun van alle in het netwerk beschikbare steunfiguren. Dat betekent dat de dagstructuur van de jongere hersteld is, de omgang met leeftijdsgenoten prosociaal is, de jongere educatie volgt/heeft met perspectief en hij/zij een zinvolle vrijetijdsbesteding heeft.
1.4 Activiteiten en/of effectieve interventies
De behandeling duurt circa drie tot zes maanden. M.S.T. gaat ervan uit dat alle factoren die bijdragen aan het probleemgedrag moeten worden onderkend en aangepakt:
- M.S.T. waarborgt een hoge kwaliteit en sterke doelgerichtheid van de hulpverlening: de M.S.T.-therapeut is een hoog opgeleide en ervaren hulpverlener, heeft een specifieke training in M.S.T. heeft gevolgd, is werkzaam in een klein en hecht team van vier therapeuten en een supervisor en ontvangt wekelijks een taakgerichte supervisie en consultatie.
- M.S.T. garandeert een grote mate van betrokkenheid van de therapeuten, intensiteit van de behandeling en laagdrempeligheid voor de gezinsleden: de M.S.T.-therapeut behandelt vier tot zes gezinnen tegelijk, komt meerdere keren per week bij de gezinnen thuis, op school, in de buurt, op tijden die passen bij de mogelijkheden van de gezinsleden (ook ’s avonds en in het weekend) en het M.S.T.-team is zeven dagen per week 24 uur per dag bereikbaar voor de gezinsleden.
- De therapeut brengt samen met ouders, jongere, gezinsvoogd, schoolleiding, e.a. in kaart welke factoren in de verschillende systemen het probleemgedrag van de jongere stimuleren dan wel afremmen.
- De therapeut stelt samen met hen een zorgcontract/hulpverleningsplan op met duidelijke doelen en meetbare uitkomsten. Het is de verantwoordelijkheid van de therapeut om betrokkenen te motiveren voor de behandeling.
- De therapeut ontwikkelt samen met hen concrete interventies gericht op specifieke problemen: de interventies sluiten aan op de behoeften van het gezin, zijn altijd gericht op concrete interacties in of tussen de diverse systemen en passend bij het ontwikkelingsniveau van de jongere.
1.5 Locatie
De hulp wordt geboden bij het gezin thuis, op school, in vriendengroepen, buurt en in het algemeen: in alle systemen die van belang zijn voor het antisociale gedrag van de jongere.
1.6 Frequentie (en intensiteit)
De hulp is intensief: dat kan gaan tot meermaals contact op een dag, gegeven een 24-uurs bereikbaarheid van de hulpverleners voor het gezin. Aan het eind van de behandeling neemt de intensiteit af.
1.7 Duur
De hulp duurt middellang: vier tot zes maanden.
2 De betrokken cliënten, de doelgroepen
De behandeling is voor jongeren van 12-18 jaar en hun gezin/omgeving,
- met ernstige gedragsstoornissen die tot uiting komen in ernstig antisociaal en oppositioneel gedrag, waarbij sprake is van veiligheidsrisico’s voor henzelf en/of hun omgeving. Dit gaat gepaard met:
- ernstige opvoedingsonmacht bij de ouders/ opvoeders; er is veelal sprake van een gezinssituatie met een lage organisatiegraad,
- problemen buiten de gezinscontext die een voortdurende negatieve invloed op het gezinsfunctioneren hebben,
- ouders die het zicht kwijt zijn op wat de jongere buitenshuis doet;
- waarbij de gedragsstoornissen een sterke wisselwerking hebben met andere problemen, zoals:
- andere psychische problemen en (licht verstandelijke) beperkingen van de jongere zelf,
- gebruik van alcohol en drugs,
- problemen in gezins- en opvoedingssituatie,
- leerprestaties en gedrag op school,
- vrije tijdsbesteding en omgaan met antisociale vrienden en kennissen,
- een negatief ontwikkelingsperspectief,
- politie- en justitiecontacten;
- die nog deel uit maken van het gezinssysteem of hiervan weer deel gaan uit maken;
- die onder toezicht staan van een gezinsvoogd;
- die geïndiceerd zijn voor een plaatsing in een gesloten of besloten setting/Justitiële Jeugdinrichting (op civielrechtelijke of strafrechtelijke grond).
2.1 Indicaties
Zie hierboven.
Een jongere komt niet in aanmerking voor een M.S.T.-behandeling als er sprake is van:
- een IQ lager dan 70;
- dominante zedenproblemen;
- acute psychiatrieproblemen, die een zodanige bedreiging vormen voor de jongere en/of zijn/haar omgeving, dat een interventie/opname door een psychiatrische afdeling, met adequate medische begeleiding noodzakelijk is (bijvoorbeeld: acute suïcide dreiging van de jongere);
- delicten met een hoge maatschappelijke gevoeligheid waarvoor (eerst) geslotenheid nodig is;
- doelen die ook met een lichtere interventie bereikt kunnen worden.
3 Organisatorische en financiële aspecten
De hulp vindt meestal plaats op indicatie. Ook andere financiering kan leiden tot M.S.T.-inzet.
3.1 Betrokken disciplines
De M.S.T.-therapeut is een hoog opgeleide en ervaren hulpverlener, die functioneert op wo-niveau. Hij/zij heeft een specifieke training in M.S.T. gevolgd en wordt voortdurend bijgeschoold, is werkzaam in een klein en hecht team van vier therapeuten en een supervisor en heeft wekelijks een taakgerichte supervisie en consultatie.
3.2 Voortgangsbewaking
De therapeut schrijft wekelijks een doelgericht voortgangsverslag, dat basis is voor supervisie en consultatie. Aan het begin van de behandeling worden schriftelijk de doelen vastgelegd, die aan het eind ook weer schriftelijk geëvalueerd worden met betrokkenen.
Gedurende de behandeling wordt de cliënten minstens driemaal door een ander dan de therapeut gevraagd naar hun mening over de therapeut en de manier waarop hij/zij de hulp uitvoert.
Aan het eind van de behandeling wordt de C-toets afgenomen.


