verwijzers
Netwerkonderzoek
Basismodule 4. Ambulante specialistische jeugdhulp/gezin, maximaal 30 uren.
Zorgvorm: Jeugdhulp thuis.
1 Inhoud van de module
1.1 Visie
Binnen veel families vindt vanzelfsprekend overleg plaats op het moment dat de zorg van een kind niet meer geheel of gedeeltelijk door de ouders (alleen) vervuld kan worden. Centraal uitgangspunt hierbij is dat ouders en kinderen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
De deskundigheid van de familie en het sociale netwerk is het uitgangspunt. Een veel toegepast onderdeel van de methodiek is het netwerkberaad. Het netwerkberaad is een verzamelnaam voor verschillende varianten van overleg binnen de familie en het sociale netwerk. Het is een bijeenkomst waar leden van de familie en/of het sociaal netwerk, al dan niet met hulpverleners, zich gezamenlijk buigen over de toekomst van het kind.
Het netwerkonderzoek gaat uit van de ervaring dat cliënten het meeste baat hebben bij een stimulerende en activerende aanpak. Als cliënten samen met de mensen die zij belangrijk vinden eigenaar zijn van hun eigen hulpverleningsplan, omdat zij dit zelf hebben opgesteld, voelen zij zich verantwoordelijk voor de uitvoering van dit plan. De werkwijze sluit nauw aan bij het ethische principe om eigen verantwoordelijkheid en eigen kracht centraal te stellen. Naast de empowermentgedachte zijn de systeemtheorie en de daartoe behorende contextuele therapie belangrijke pijlers voor het netwerkonderzoek.
Het netwerkonderzoek kan ingezet worden als er sprake is van:
- het formaliseren van een bestaand verblijf binnen het netwerk;
- een aspirant pleeggezin beschikbaar is in het netwerk;
- er gezocht moet worden naar een pleeggezin binnen het netwerk en de jongere in de thuissituatie verblijft;
- er gezocht moet worden naar een pleeggezin binnen het netwerk, terwijl de jongere in een crisisopvanggezin verblijft.
1.2 Functie
Jeugdhulp.
1.3 Doelen
Op het domein gezin zijn de volgende doelstellingen mogelijk:
- het evenwicht tussen draagkracht en draaglast van het gezin is meer in balans;
- de ontwikkelingskansen van het kind zijn voldoende gewaarborgd.
Op het domein netwerk is de volgende doelstellingen mogelijk:
- van het netwerk is in beeld wie welke rol kan vervullen;
- van een aspirant pleeggezin is helder welke vaardigheden en aandachtspunten ze hebben;
- het netwerk van het gezin is gebruikt en zo nodig versterkt.
1.4 Activiteiten
- Het voeren van gesprekken met ouders/pleegouders ; individuele gezinsleden; met het hele gezin, en het netwerk.
- Het afnemen van genogram, ecogram, sociogram, levenslijn, indicatiespiegel en competentiebalans.
- Het organiseren van een familie/netwerkberaad.
- Het maken van modellen in onderlinge communicatie.
- Het geven van opvoedingsinformatie over ontwikkelingsopgaven van kinderen en de daaraan gerelateerde problematiek; het samen met ouders zoeken naar opvoedingsalternatieven.
- Het afnemen van vragenlijsten en het terugkoppelen er van.
1.5 Locatie
In het gezin en het pleeggezin.
1.6 Frequentie
De ambulant hulpverlener bezoekt gemiddeld één of twee keer per week het gezin van herkomst, waarbij het bezoek in tijd één tot enkele uren in beslag neemt.
De frequentie van begeleidingscontact van het pleeggezin is afhankelijk van de vraag, maar minimaal één keer in de drie weken.
1.7 Duur
De duur is middellang: maximaal 13 weken (3 maanden).
2 Ontvangers van de module
Gezinnen waarbij sprake is van problemen op een of meerdere domeinen van gezinsfunctioneren en waar problemen zich met name manifesteren in de ouder-kindinteractie en de ouder-kindrelatie. De familie en/of het sociale netwerk van het gezin van herkomst.
2.1 Indicaties
Ouders vragen in verband met een crisis of een instabiele opvoedingssituatie hulp aan het netwerk om weer en/of beter voor hun kinderen te kunnen zorgen, dan wel de opvoedingsopdracht (tijdelijk) te delegeren of te delen.
Problematiek (conform ISIS-tabel):
Op het domein gezin en opvoeding zijn er problemen in het pedagogisch klimaat, opvoeding, verzorging.
2.2 Contra-indicaties
- Situaties waarin gesignaleerde aandachtspunten niet door het netwerksysteem worden erkend en er dus geen overeenstemming te bereiken is over de begeleidingsdoelen.
- Situaties waarin ernstige en langdurige familieconflicten onoplosbaar zijn en negatief voor de ontwikkeling van de jongere zijn. Deze conflicten worden vaak weer actueel.
- Mishandeling, seksueel misbruik, psychiatrische problemen, verslaving en/of criminaliteit die de ontwikkeling en de veiligheid van het kind bedreigen.
- Er (vergaande) meningsverschillen bestaan over medische behandeling in levensbedreigende situaties.
3 Organisatorische en financiële aspecten
3.1 Betrokken disciplines
- Ambulant hulpverlener.
- Behandelcoördinator (gedragswetenschapper).
3.2 Voortgangsbewaking
Vóór aanvang vindt er een gesprek met plaatser en ambulant hulpverlener plaats. Onmiddellijk na aanvang van de hulp wordt het hulpverleningsplan geschreven door de hulpverlener samen met de betrokkenen. Dit plan wordt besproken met alle betrokkenen; gezin, pleegouders, plaatser, werker, behandelcoördinator.
Na het netwerkberaad wordt binnen een week één verslag geschreven en verstuurd naar alle betrokkenen.
Na drie maanden is de samenwerking vormgegeven en vastgelegd.


