verwijzers
Sociale leeractiviteiten
... voor kinderen (6-12 jaar) en jongeren (12-23 jaar) én hun ouders
Basismodule 12. Specialistische groepsjeugdhulp/jeugdige.
Zorgvorm: Jeugdhulp zorgaanbieder groep.
óf
Basismodule 8: Intramurale pedagogische jeugdhulp.
Zorgvorm: Jeugdhulp accommodatie zorgaanbieder individueel.
óf
Basismodule 13: Specialistische groepsjeugdhulp gericht op het gezin.
Zorgvorm: Jeugdhulp accommodatie zorgaanbieder groep.
1 Inhoud van de module
1.1 Visie
Onderliggend zijn de sociale en cognitieve leertheorie, met de volgende uitgangspunten:
- gedrag is niet aangeboren, maar geleerd;
- gedrag heeft een functie of heeft een functie gehad;
- de omgeving speelt een rol bij het leren van gedrag, dus ook bij verandering hiervan.
Het gaat bij alle toepassingen steeds om de uitwerking van leertheoretische principes naar verschillende vormen van gedrag en vaardigheden bij ouder en kind. Het oefenen op gedragsniveau resulteert in verandering en neemt veranderde emoties met zich mee. Gebruikt worden onder andere de methodiek van Goldstein, het Competentiemodel, de methodische principes van Gordon, Ringrose en Nijenhuis en het Meta-plan.
Tevens worden elementen van de korte oplossingsgerichte therapie gebruikt tijdens trainingen. Dit versterkt de houding van de trainer als het gaat om toekomstgericht, positief en vanuit de eigen krachten van de klant te werken.
1.2 Functie(s)
Training, individueel of in groepsverband. Zowel bij het gezin thuis, op locatie in de omgeving van de cliënt of op locatie van de zorgaanbieder.
1.3 Doelen
Op het domein gedrag zijn de volgende doelstellingen mogelijk:
- de controle op het (eigen)gedrag is toegenomen;
- het sociaal adequaat gedrag is toegenomen;
- weerbaarheid is vergroot;
- pro-sociaal gedrag is verbeterd;
- het accepteren van gezag/autoriteit is toegenomen;
- de speel-/leer-/werkhouding is verbeterd;
- de zelfstandigheid en/of zelfredzaamheid van het kind/de jongere is toegenomen;
- inzicht in algemeen geldende waarden en normen is verbeterd;
- inzicht in eigen gedrag en de gevolgen hiervan is toegenomen.
Op het domein emotie zijn de volgende doelstellingen mogelijk:
- ervaringen als gevolg van het getuige zijn van huiselijk geweld zijn beter verwerkt.
Op het domein gezin zijn de volgende doelstellingen mogelijk:
- opvoedvaardigheden(competentie) van de ouders zijn vergroot.
1.4 Activiteiten
Training, waarbij de volgende middelen ingezet (kunnen) worden:
- het geven van informatie en advies over trainingsthema’s zoals in de bijlage van de module vermeld;
- het oefenen van sociale vaardigheden door middel van gedragsoefening met behulp van cameraopnames;
- bespreekbaar maken van ervaringen rond het getuige zijn van huiselijk geweld met behulp van spelcreatieve middelen;
- oefenen van sociale vaardigheden in de praktijk door middel van een weekopdracht;
- organiseren van gesprekken, trainingsbijeenkomsten op individueel of groepsniveau voor betrokkenen uit het sociale netwerk van de jeugdigen. Dit betreft vooral ouders/verzorgers en leerkrachten;
- discussiebijeenkomsten rondom speciale, opvoedingsgerelateerde onderwerpen onder leiding van een gespreksleider;
- psycho-educatie voor jongeren of ouders gericht op het inzichtelijk maken van de ontwikkelingstaken van jeugdigen en de ontwikkelingstaak van de ouders;
- bijeenkomsten gericht op de verwerking van meegemaakt huiselijk geweld;
- training van opvoedvaardigheden aan ouders van jeugdigen eventueel gecombineerd met een sociale vaardigheidstraining aan de jeudige.
1.5 Locatie
De trainingen worden gegeven op locatie in noordoost Noord-Brabant. In een enkele situatie vindt training plaats op het woonadres van de ouder(s).
1.6 Frequentie
De trainingen vinden wekelijks plaats met een intensiteit 1½ tot 2 uur per bijeenkomst.
1.7 Duur
De trainingen zijn kortdurend (variërend van 5 tot 12 weken), behalve bij jeugdigen met een stoornis in het autistisch spectrum, waarbij de training tot 24 weken in beslag neemt.
2 Ontvangers van de module
- Kinderen van 0-4 jaar.
- Kinderen van 6-12 jaar.
- Jongeren van 12-23 jaar.
- Ouders van bovengenoemde kinderen/jongeren.
2.1 Indicaties
Problematiek (conform ISIS-tabel):
Op het domein psychosociaal functioneren zijn er problemen op het gebied van (sociaal) gedrag, emotie (als gevolg van traumatische ervaringen en denken). Ook kunnen zich problemen voordoen op gebied van gebruik van middelen.
Op het domein omgeving zijn er problemen op het gebied van het sociaal netwerk van de jeugdige, school, vrienden en vrije tijd.
Overig:
- Het kind/de jongere woont in de regio noordoost Noord-Brabant.
- Het kind/de jongere beheerst de Nederlandse taal voldoende om (zeer) eenvoudige taal en cultuurbegrippen te verstaan.
- Het kind/de jongere is gemotiveerd tot gedragsverandering en bereid de training af te maken.
2.2 Contra-indicaties
Psychiatrische of psychische problemen van het kind/de jongere vormen een blokkade voor gedragsverandering. Dit kan zich ook voordoen naar aanleiding van een crisissituatie, die effectieve deelname aan de training tegenhoudt.
Er is sprake van een dusdanige verslaving bij het kind/de jongere, dat het kunnen onderhouden van een normaal week/dagritme en het kunnen volgen van de training niet mogelijk is.
3 Organisatorische en financiële aspecten
3.1 Betrokken disciplines
- Sociale vaardigheidstrainer(s), groepen van vijf tot acht deelnemers hebben twee trainers.
- Behandelcoördinator.
- Teamleider/supervisor.
3.2 Voortgangsbewaking
Aan de hand van de indicatiestelling maakt de trainer(s) een trainingsprogramma . Aan het begin en einde van een reeks trainingsbijeenkomsten wordt er een toets ingevuld door het kind/de jongere of er volgt een evaluatiegesprek. Aan het einde van de training wordt hieruit het leerproces van het kind/de jongere zichtbaar.
De trainer schrijft na afloop van de training een eindverslag waarin opgenomen het doel van de training, vermelding van het aantal plaatsgevonden trainingsmomenten, de behandelde onderwerpen en de in de training behaalde resultaten. Dit verslag wordt conform de daarvoor geldende procedure en afspraken toegestuurd aan de verantwoordelijke betrokkenen.
3.3 Combinaties met ander modules
De training wordt (als ondersteunende module) uitsluitend aangeboden in combinatie met een hoofdmodule. De module wordt in de uitvoering toegesneden op individuele hulpvragen. De inzet van de module gebeurt op maat.
Mogelijke trainingsonderwerpen zijn:
- basisvaardigheden (houding – aankijken – luisteren – stemgebruik);
- werken aan zelfvertrouwen (goede eigenschappen – complimenten – zelfpresentatie);
- contacten leggen (kennismaken – praatje beginnen – contacten onderhouden – invoegen in de groep);
- iets vragen/iets bepraten/het gesprek;
- omgaan met kritiek (geven en krijgen);
- opkomen voor jezelf (mening geven en nee zeggen);
- omgaan met ruzie en agressie;
- omgaan met gevoelens (prettige en onprettige);
- omgang en verwerken van het meemaken van huiselijk geweld;
- omgaan met pesten;
- overleggen/onderhandelen;
- solliciteren;
- omgaan met autoriteiten;
- groepsbeïnvloeding en eigen verantwoordelijkheid;
- waarden en normen;
- actieve vrijetijdsbesteding;
- regels en afspraken nakomen;
- omgaan met geld/budgetteren;
- racisme en discriminatie;
- omgaan met spijbelen;
- seksualiteit;
- omgaan met alcohol en andere drugs;
- wiens probleem is het;
- grenzen stellen;
- losmakingsproces;
- (actief) luisteren.


