U bent hier:Oosterpoort >verwijzers >modulebeschrijvingentrajecthuis

Trajecthuis

Basismodule 28. Behandelgroep Fasehuis.

Zorgvorm: Verblijf accommodatie zorgaanbieder 24 uurs.

1 Inhoud van de module

1.1 Visie

Een trajecthuis is een behandeleenheid, waar jongeren in de leeftijdsgroep van 15 tot 18 jaar tijdelijk wonen. Ze krijgen begeleiding bij het ontwikkelen van betere vooruitzichten voor de toekomst. De mogelijkheden van het gezin worden hierin nadrukkelijk besproken en meegenomen.
Deze hulpverleningsvorm is bedoeld voor de jongere in de adolescentiefase, die op meerdere gebieden niet goed functioneert, zoals in het gezin, op school of het werk, in de omgang met leeftijdgenoten en invulling van de vrije tijd.
De jongere kan door de ontstane situatie (tijdelijk) niet thuis wonen.
Er wordt met de jongere een concreet traject uitgezet om de gezamenlijk bepaalde doelen te verwezenlijken. De jongere wordt intensief begeleid bij het herstellen van de (haalbare) relatie tussen jongere en gezin, het zoeken naar een passende verblijfsituatie, werk, scholing en inkomen, een passende vrijetijdsbesteding en geschikte mensen om op terug te kunnen vallen.
De hulpverlening is gericht op het vermogen en het motief van de jongere om te veranderen. De ontwikkelingstaken waar een jongere zich voor geplaatst ziet zijn hierin de leidraad. Er wordt veel gebruik gemaakt van concrete en motiverende middelen en technieken. De module werkt aan behoud, en eventueel uitbreiding van aansluiting van de jongere bij zijn netwerk.

Het methodisch handelen is gebaseerd op:

  • Model context van de hulpvraag
    De hulpvraag van een jongere, die vanuit een problematische opvoedingssituatie wordt aangemeld moet worden bezien in de context waarin dit gedrag is ontstaan. Vanuit deze context wordt oplossingsgericht gewerkt aan verandering.
  • Competentiemodel
    Uitgangspunt is het aanleren van vaardigheden zodat een jongere de ontwikkelingstaken waar hij in het dagelijks leven mee wordt geconfronteerd op adequate wijze kan vervullen.
    De nadruk ligt op een positieve benadering: hulpverlener spreekt jongere aan op zijn krachten en kwaliteiten.
1.2 Functie(s)

Verblijf.

1.3 Doelen

Op het domein van cognitie en persoonlijkheid:

  • de jongere heeft zicht op eigen problematiek/functioneren.

Op het domein van gedrag:

  • de jongere heeft op praktisch niveau zicht gekregen op eigen handelen en functioneren;
  • de jongere beschikt over voldoende vaardigheden tot zelfverzorging en hygiëne;
  • de jongere heeft vaardigheden als koken, wassen e.d;
  • de jongere heeft zicht op financiën en is in redelijke mate in staat met geld om te gaan;
  • de jongere heeft een adequaat dag- en nachtritme;
  • de jongere is in staat tot het vragen van hulp indien nodig;
  • de jongere kan de geleerde vaardigheden toepassen op zowel praktisch als sociaal-emotioneel gebied;
  • de communicatieve vaardigheden van de jongere zijn toegenomen;
  • de jongere kan leeftijdsadequaat conflicten hanteren;
  • de jongere kan verantwoord omgaan met middelengebruik.

Op het domein van omgeving van de jongere:

  • de jongere heeft een daginvulling in de vorm van werk/school;
  • de jongere kan leeftijdsadequaat contacten leggen en onderhouden, zowel met familie als vrienden.

Op het domein van gezin zijn de volgende doelstellingen mogelijk:

  • er is helderheid over de relaties tussen jongere en gezin;
  • er is zicht op vervolgmogelijkheden van de jongere in de gezinssituatie, gezien vanuit het perspectief van de jongere.

Op het domein van netwerk:

  • de jongere heeft een adequate vrijetijdsbesteding;
  • de jongere beschikt over een ondersteunend sociaal netwerk;
  • er is sprake van opbouw en onderhoud  van een sociaal netwerk;
  • het perspectief ten aanzien van zelfstandig wonen is duidelijk: geheel zelfstandig dan wel externe begeleiding.
1.4 Activiteiten

De jongere wordt begeleid door een team medewerkers, onder wie één persoonlijk trajectbegeleider. Hij/zij werkt met alle betrokkenen aan de doelen van het hulpverleningsplan en zorgt, samen met de casemanager, voor het contact met de ouders. Oosterpoort wil ouders immers zoveel mogelijk bij alles betrekken.
De trajectbegeleider maakt met de jongere en de ouders afspraken over de manier waarop zij met elkaar omgaan. Als het mogelijk is, zijn ouders aanwezig bij de voortgangsgesprekken.
Voor behandeling wordt gewerkt met individuele en groepsbegeleidingsgesprekken, individuele en groepsactiviteiten, training van vaardigheden, oefening, modelling en oudergesprekken.
Praktische begeleiding: trajectbegeleider pakt samen met de jongere praktische vaardigheden op: samen koken, samen boodschappen doen etc.
Individuele gesprekken met trajectbegeleider, waarin het individuele werkplan wordt vormgegeven en uitgevoerd. Observatie van vaardigheden van jongeren.
Doelen zoals genoemd in het hulpverleningsplan uitwerken in een concreet stappenplan door persoonlijk trajectbegeleider en jongere.

1.5 Locatie

Residentiële hulpverlening wordt aangeboden op twee verschillende locaties in Den Bosch en Oss. De locaties betreffen huizen in een woonwijk.

1.6 Frequentie

Er is sprake van 24-uurs zorg,  zeven dagen per week.

1.7 Duur

Variërend van kortdurend (3 tot 6 maanden) tot langdurend (meer dan 6 maanden), afhankelijk van hulpvraag, motivatie en doelen.

2 Ontvangers van de module

2.1 Indicaties

Problematiek conform ISIS-tabel:

Op het domein psychosociaal functioneren:

  • Er is sprake van problemen op het gebied van (sociaal) gedrag, emotie en denken.

Op domein gezin en opvoeding:

  • Er is sprake van problemen in het pedagogisch klimaat, opvoeding en verzorging.

Op het domein omgeving van de jongere:

  • Er is sprake van problemen in het sociale netwerk (netwerk is veelal beperkt), vrienden en vrije tijd.

Overig:

  • de jongere is in de leeftijd vanaf 15 jaar;
  • er is sprake van vrijwillige en coöperatieve deelname;
  • de jongere beschikt over normale verstandelijke vermogens;
  • de jongere wil gebruik kunnen maken van begeleidingsmogelijkheden;
  • de jongere beschikt over een zinvolle dagbesteding dan wel een actieve bereidheid om dit te bereiken.
2.2 Contra-indicaties

Er is sprake van:

  • een ernstige verslavingsproblematiek;
  • ernstige overlast voor medebewoners, bijvoorbeeld 'acting out'.
  • forse psychiatrische problematiek;
  • een zodanige ontwikkelingsachterstand dat zelfstandig functioneren op termijn niet haalbaar is;
  • zwakbegaafdheid;
  • thuis kunnen wonen.

3 Organisatorische en financiële aspecten

3.1 Betrokken disciplines
  • Pedagogisch medewerkers;
  • Behandelcoördinator.
3.2 Voortgangsbewaking

Het hulpverleningsplan wordt opgesteld met de cliënt, casemanager (tenzij het gaat om een ZAB indicatie) of voogd.
Elke zes maanden en uiterlijk acht weken vóór het aflopen van de indicatie vindt er een evaluatie van het hulpverleningsplan plaats. De cliënt, casemanager (tenzij het gaat om een ZAB-indicatie) of (gezins)voogd en medewerkers van andere betrokken hulpverlening (intern/extern) worden hiervoor uitgenodigd.
De cliënt wordt nadrukkelijk uitgenodigd zich voor te bereiden op de evaluatie door hen mondeling te vragen zich voor te bereiden op de vragen: wat is de stand van zaken in de thuissituatie, en wat vinden zij van de resultaten op de doelen.

Tevens wordt voorafgaande aan de evaluatie het betreffende doelrealisatieformulier uitgereikt, gezamenlijk met een uitlegformulier aan de cliënt en andere genodigden (indien van toepassing). Het uitreiken van het formulier gebeurt twee weken vóór de datum van de evaluatie.
Verder wordt het perspectief voor de periode tot/na einde indicatie vastgelegd, door middel van het afronden/bijstellen van bestaande doelen of opstellen van nieuwe doelen, het bespreken of het huidige zorgaanbod voldoende is en het bespreken of de cliënt na beëindiging van de zorg nog hulpverlening nodig heeft en in welke vorm deze gestalte dient te krijgen.
Tussentijds worden door de persoonlijk trajectbegeleider met de jongere regelmatig de werkpunten naar aanleiding van de hoofddoelen in het hulpverleningsplan geëvalueerd (voortgangsgesprekken) en bijgesteld indien nodig. Ouders en eventueel de casemanager worden daarvoor ook uitgenodigd

3.3 Combinatie met andere modules
  • Als er sprake is van een oriëntatie op terugkeer naar huis of een overgang van een ander instituut (bijvoorbeeld een psychiatrische kliniek of justitiële jeugdinrichting) moet worden voorbereid, dan wordt de plaatsing gecombineerd met Jeugdhulp-thuis.
  • Indien nodig inzet van de module Sociale leervaardigheden.

Naar boven

Print pagina