Opening basischolen. Hoe de angst voor de 'Britse' variant de scholen dichthoudt.

Wat weegt zwaarder: de mogelijke verspreiding van de besmettelijkere Britse coronavariant onder basisschoolleerlingen of de leerachterstanden die zij oplopen als ze nog langer zijn veroordeeld tot thuisonderwijs? Het is hét dilemma waar het kabinet en het Outbreak Management Team (OMT) zich over buigen.

Het kabinet zou de basisscholen op 25 januari weer willen openen – twee weken eerder dan scholen in het voortgezet onderwijs – maar alleen als dat veilig kan. Precies daar zit de crux. Want waar het RIVM en het OMT in de eerste maanden van de coronacrisis bleven benadrukken dat kinderen tot 12 jaar nauwelijks een rol spelen bij de verspreiding van corona, klinken inmiddels andere geluiden.

De nieuwe Britse variant van het virus lijkt besmettelijker te zijn dan de oude – óók voor jonge kinderen. Bij een recente corona-uitbraak op een basisschool in Bergschenhoek bleken ook leerlingen milde klachten te hebben en bleek het inderdaad te gaan om de Britse variant. Het RIVM wil alle 63.000 inwoners van de gemeente Lansingerland, waar Bergschenhoek onder valt, gaan testen.

De Britse mutant heeft het speelveld voor het kabinet veranderd. Toen half december werd besloten om de basisscholen voor de tweede keer te sluiten, lag er nog een heel ander argument aan ten grondslag. Als basisscholen sluiten, moeten ouders noodgedwongen thuiswerken om hun kinderen te helpen bij het thuisonderwijs. Daardoor zou de mobiliteit afnemen, was de gedachte, en dus de kans op besmettingen. Kinderen als „levende enkelbanden” voor ouders, zoals D66-fractieleider Rob Jetten schamper opmerkte in het Kamerdebat over de lockdown.

Benieuwd naar het hele artikel? Lees die hier.