Pleegzorg

Pleegzorg is een vorm van jeugdhulp voor kinderen tot 21 jaar waarbij een kind tijdelijk in een ander gezin gaat wonen. Voor korte of langere tijd. Zeven dagen per week of af en toe een weekend of vakantie. Bij bekenden uit de omgeving van het kind zoals een opa, oma, tante, buren of vrienden (netwerkpleegzorg). Of bij een, voor het kind, onbekend pleeggezin uit het bestand van Oosterpoort (bestandspleegzorg) Er zijn verschillende vormen. Het uitgangspunt is altijd hetzelfde: een kind veiligheid en verzorging bieden.

Wat wij doen

Wij bieden kinderen die tijdelijk niet thuis kunnen wonen een warm en veilig thuis bij een ander. Wij helpen kinderen en hun ouders bij een lastige thuissituatie, een moeilijke periode of een bedreigende situatie. Alle kinderen van 0-21 jaar hebben het recht om op te groeien in een gezin. Deze kinderen hebben vaak veel meegemaakt. In het pleeggezin vinden ze de veiligheid, rust en structuur om zichzelf zo optimaal mogelijk te kunnen ontwikkelen. Want opgroeien in een stabiel gezin is voor kinderen enorm belangrijk. Groot worden in een omgeving waar veel problemen zijn, belemmert de ontwikkeling van een kind.

image

Wij proberen altijd eerst de problemen binnen en samen met het gezin op te lossen. Dit noemen we ambulante hulp. Lukt dit niet? Of is de situatie zo onveilig dat kinderen (tijdelijk) niet meer thuis kunnen wonen? Dan gaan we op zoek naar een pleeggezin dat veiligheid, structuur en rust kan bieden. Wij zoeken naar een passende match tussen kind en pleeggezin. Een match die het beste is voor het kind.

Waarom pleegzorg?

Pleegzorg wordt niet zomaar ingezet. Er wordt altijd eerst gezocht naar een oplossing waarbij het kind thuis kan blijven wonen. Er zijn tal van redenen waarom pleegzorg wordt ingezet als het thuis wonen (tijdelijk) niet meer gaat. Soms is er binnen een gezin sprake van psychische of persoonlijke problemen, voortdurende onenigheid en heftige ruzies. Soms heeft een kind ernstige gedragsproblemen of een beperking en wordt het de ouders te veel. Hoe dan ook de ouders kunnen de opvoeding even niet meer aan.

In zo’n geval kan het voor een kind en vaak ook de ouders beter zijn dat het af en toe ergens anders logeert. Of tijdelijk ergens anders woont. Zo krijgen de ouders de ruimte om hun problemen aan te pakken. Hebben ze alles weer op de rit, dan kan een kind weer terug naar huis.